Close

Mijn reserveringen

[bookingactivities_list]

Kunst & cultuur

Koptische kunst is authentieke Egyptische kunst, geboren op Egyptische bodem, en met haar wortels in de oude Egyptische cultuur. Het is een populaire kunst, die de ware spirituele gevoelens van de Koptische kunstenaar uitdraagt.

In de Koptische kerk zijn iconen een essentieel onderdeel van het kerkgebouw. Ze bevinden zich aan de iconostase en aan de zijmuren. Deze toepassing was nooit louter uit decoratief oogpunt, maar had een evangelische boodschap en een educatieve rol, bijdragend aan het geloof in de kerk. Door hun simpele kleurentaal laten zij de mysteriën van de Evangeliën zien, illustreren zij de doctrines van de kerk, en maken zij de gelovigen voelen dat ze in de hemel zijn.

Sint Gregorius van Nazianzus ziet de iconen als net zo belangrijk als preken en teksten. Deze laatste twee kunnen als verbale iconen beschouwd worden. De iconen zijn illustratieve iconen, in een simpele universele taal, die door iedereen begrepen wordt.

Iconen zijn instrumenten van de Heer. Zij helpen gelovigen bij het mediteren, geven het hart berouw, en laten de ziel naar de hemel oprijzen. Sint Maria van Egypte vertelt over haar berouw:

“Ik keek naar boven en zag de icoon van de Heilige Maagd Maria, en haar puurheid gaf mij berouw. Al mijn problemen en mijn zonden kreeg ik weer voor ogen. Ik knielde voor de icoon en vroeg de Heer om een tweede kans.”

De Koptische artiest is een onderwijzer en prediker. Zijn kunst heeft een missie: het is niet slechts kunst, maar openbaring. De kunst geeft ziel en leven. In de iconen zijn niet de kunstenaars eigen gevoelens, maar die van de apostelen en kerkvaders verwerkt. De kunstenaar gebruikt wereldse elementen om het buitenwereldse te laten voelen. Hij verandert het materiële in het geestelijke.


Karakteristieken van Koptische iconen

De iconen worden gekarakteriseerd door:

  • Een representatie van het blije leven. Er zijn geen beelden van de hel, of van kwellingen. De kerk wil haar kinderen hoop geven, niet bang maken.
  • Vervulling van de overwinningsgeest. De kinderen van de kerk moeten vertrouwen hebben. Er zijn geen beelden van demonen. Soms zijn ze afgebeeld in een zwakke positie, onder de voeten van martelaren of van de Heer.
  • Een uiting van de kracht van de geest. De hoofden zijn vergroot, met grote ogen. Het lichaam is klein, omdat de artiest de nadruk wil leggen op het spirituele, De grote hoofden staan symbool voor God, ons hemelse Hoofd, en de ogen staan voor het inzicht.
  • Een houding van gebed. De mannelijke heiligen hebben een bidhouding: zij heffen hun handen voor God. Deze houding laat de positie van de Heer aan het kruis zien, en is een belangrijk gebaar van de priester tijdens de liturgie.
  • Het kruis dragend. De Heer draagt een Koptisch kruis. De kerk wil dat wij hem zien als onze redder.
  • Met een blik van inzicht. Heiligen en Hemelse creaturen kijken met twee ogen recht omhoog, hun inzicht tonend, terwijl slechte personen, zoals Judas, maar een oog hebben, die naar aardse dingen kijkt. De grote ogen bouwen voort op de oude Egyptische kunst.
  • De stralenkrans rond de hoofden van heiligen en engelen. Zij laten zien dat ze het licht van de wereld zijn. iconen van de Heer hebben een kruis in de stralenkrans, samen met de Griekse letters alpha en omega, een teken van de Heers goddelijkheid.


Het kerkgebouw

De kerk wordt in de vorm van een schip gebouwd, als symbool voor de redding van de gelovigen door het overvaren naar de hemelse haven.

De ark van Noach verwijst naar de kerk. Zoals de ark de mensen van de overstroming redde, redt de kerk de gelovigen. Sint Kebrianus zei:” Er is geen verlossing voor iemand buiten de kerk”. De kerk wordt gebouwd richting het oosten waar de zon opgaat, want Jezus is de zon der gerechtigheid:  “Maar voor u, die mijn naam vreest, zal de  zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder haar vleugelen” (Maleachi 2: 4), dus wij kijken naar het oosten tijdens het bidden. Wij richten ons op Jezus, op de zon der  gerechtigheid die in de kerk verschijnt en wij verlangen naar zijn komst. Tegelijkertijd staan  wij met onze ruggen tegen de duisternis en de wereldlijke begeerten. Wij wachten op de wederkomst van de Heer opdat Hij ons naar Zijn eeuwige Koninkrijk meeneemt, zoals de engel met de Apostelen praatte bij de Hemelvaart van de Heer: “De Zoon des mensen zal uit het oosten komen zoals Hij ook van het oosten was opgevaren.”

De kerken worden naar heiligen,  martelaars en  engelen vernoemd opdat ze makkelijk herkenbaar worden, vooral als ze zich in één gebied bevinden. Tevens is deze benaming een teken van verering van de heiligen: ” Voorwaar, Ik zeg u overal waar dit evangelie zal worden in de gehele wereld, zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden” (Mattheus 26: 13). In het Oude Testament werden ook ” de tempel van Salomo” en ” de Wet van Mozes ” genoemd.  Tevens accepteerde de Heer zelf dat Zijn naam gevoegd wordt bij de namen van de profeten: Ik ben de God van Abraham,  God van Isaak en God van Jakobus.


Architectuur van de Koptische kerk

Het kerkgebouw bestaat uit de altaarruimte, het kerkschip en de ingang:

De altaarruimte: is het heiligste deel van de kerk en wordt ook het “heilige der heiligen” genoemd. Het is een trede hoger dan het kerkschip opdat de gelovigen makkelijk de gebeden  kunnen volgen. De oosterse muur van de kerk is halfcirkelvormig en wordt de ” apsis” of ” de boezem des Vaders” genoemd. Op de apsis  wordt de Heer Jezus getekend, zittend op Zijn troon. Hij houdt de wereldglobe  en de machthebbersstaf  in Zijn hand en rondom Hem bevinden zich de hemelse wezens. Dus de apsis vertegenwoordigt de boezem van de Vader die voor de menselijkheid open staat, door het altaar en de kerkdienst. Voor de apsis wordt er  altijd een olielamp gebrand als een symbool voor de Ster van het Oosten die de drie koningen tot de geboorteplaats van het kind Jezus leidde. Voor de apsis bevinden zich ook drie treden als symbool voor de drie rangorden van het priesterschap: het episcopaat, het priesterschap en het diakenschap.


Het altaar

Het altaar staat te midden van de altaarruimte en verwijst naar het graf van Jezus. Het Koptische altaar is als een kubus en heeft gelijke zijden als een teken voor de gelijkheid van de hypostases van de Heilige Drie-eenheid. Het altaar heeft drie bedekkingen, de eerste is rood, van katoen, en hangt neer van alle kanten  tot de grond, de tweede  wordt van wit linnen gemaakt en hangt neer tot 15 cm van elke kant. De derde bedekking heet de “prosfarine” of het altaarskleed, het wordt met belletjes versierd en verwijst naar de steen op het graf van Jezus. Het gerinkel bij het opheffen van de prosfarine staat symbool voor de opschudding nadat de engel de steen van het graf rolde na de opstanding van Jezus.

Het Koptische altaar wordt van hout gemaakt, als verwijzing naar  het hout van het kruis, of van steen, zoals in graven.

Het ciborium (in het Grieks : Kiborion) een rechthoekige plaat wordt van hout gemaakt, een kruis wordt erop getekend en daaromheen de letters: Alfa en Omega, de eerste en de laatste letter van het Griekse alfabet. de plaat wordt ingewijd door gebeden en wordt besmeerd met het chrisma. De heilige plaat wordt gebruikt om liturgieën op te dragen op plaatsen waar geen kerken zijn, en kan ook gebruikt worden  op de niet- ingewijde altaren.


Attributen voor het heilige Altaar

De Ark of Troon
Is een kistje, doorgaans vierkant van vorm, soms zeskantig, gemaakt van kostbaar hout en versierd met iconen van het Laatste Avondmaal, De Maagd Maria, Aartsengel Gabriël, de Heilige naar wie de kerk is gewijd en meer van zulke iconen. Het heeft een opening in het midden van de bovenkant om de beker er gemakkelijk in te passen.
De Chalice (kelk)
Is de communiebeker. Is doorgaans gemaakt van verzilverd metaal of zilver. In deze beker wordt een mengsel van wijn en water gegoten, welke gedurende de liturgie veranderd wordt in het waarlijk bloed van onze Heer Jezus Messias.
De Mesteer (lepel)
Is doorgaans gemaakt van verzilverd metaal of zilver en wordt door de priester gebruikt om het vereerde bloed van onze heer aan de communicanten te geven.
De Pateen (schaal)
Is een kleine ronde schaal met een platte bodem en opstaande randen. Het heeft geen voet of handvaten. Er zijn geen versieringen op gegraveerd omdat het pateen glad moet zijn. Het brood, of het Lam, wordt erop gelegd. Het pateen representeert de kribbe van Bethlehem waar de Messias na zijn geboorte in werd gelegd.
De Asteriksos
Bestaat uit twee gebogen banden, die over elkaar geplaatst zijn in de vorm van een kruis en bijeen gehouden door een schroef in de vorm van een kruisje bovenop. Het wordt over het pateen gezet en dient als rustplaats voor de altaardoekjes. Het vertegenwoordigd de ster die boven Bethlehem straalde toen Jezus geboren werd.
De Cruet (ampul)
Is een klein kruikje, doorgaans gemaakt van glas. Er zijn gewoonlijk twee van deze flesjes’ één voor de wijn en één voor het water welke in de Heilige Liturgie gebruikt worden.
Het Velum (Altaardoek)
Is een stukje doek, doorgaans gemaakt van zijde of linnen en geborduurd met kruisjes. Een set altaardoeken, meestal twaalf, wordt gedurende de Heilige Liturgie gebruikt om het pateen, de beker van de Avondmaal en Altaarkleed af te dekken. Deze doekjes worden ook gebruikt om het altaar en het heilige vat af te vegen. De pastoor gebruikt de altaardoeken volgens de traditionele riten gedurende de liturgie.
Het wierookvat
Het wierookvat is een vat dat bestaat uit een komvormige onderkant waarin brandende kooltjes en een speciaal mengsel van wierook word gedaan en een bolle deksel. Deze twee delen worden samengehouden door drie lange kettingen die aan het eind samengebracht worden zodat het wierookvat makkelijk vastgehouden kan worden.
Wierookvaten worden gebruikt in de liturgie en rituele diensten in overeenstemming met daaraan verbonden kerkelijke tradities en riten.
Volgens de leer en traditie van onze kerk symboliseert het wierookvat de Heilige Maagd Maria. Zoals het wierookvat brandende kolen draagt, zo droeg Sint Maria het “Ware Kolen”, onze Heer Jezus Messias. De drie kettingen die de onder- en bovenkant aan elkaar verbinden, symboliseren de Heilige Drie-eenheid. Het samenvoegen van deze drie kettingen op een gemeenschappelijk punt symboliseert de Heilige Drie-eenheid als één God.Het bolle deksel van het wierookvat is een symbool van de hemel, en de opstijgende wierook symboliseert het gebed. Dus tezamen symboliseren zij het opstijgen van de gebeden van de heiligen en onze gebeden naar God.

Hoe houden wij de altaarruimte heilig?
Alleen de bisschoppen, de priesters, de diakenen en de orthodoxe koningen zijn toegelaten om de altaarruimte binnen te gaan. Voor het  betreden van de altaarruimte worden de schoenen uit gedaan want ze worden van dierenleer gemaakt en het uitdoen daarvan wijst naar het verlaten van de wereldse begeerten en het naderen tot geestelijke zaken. Ook beval God Mozes om de schoenen uit te doen bij de brandende struik. De gewone gelovigen mogen de altaarruimte niet binnen. Praten is niet toegestaan in de altaarruimte, alleen bij nood.


De iconostase

Dit is een scherm tussen de altaarruimte en het kerkschip, die heeft drie deuren: de middelste heet de Koninklijke deur en de andere twee zijn voor de zij-altaarruimtes. De Koninklijke deur wordt zo genoemd omdat daarbij het Lam dat tot Lichaam Gods geconsecreerd wordt uitgekozen.

Wanneer de hoofddeur tijdens de liturgie open is, is de hemel zichtbaar. De iconostase symboliseert de verzoening tussen God en de mensen. De drie deuren verwijzen naar de werking van de Heilige Drie-eenheid die deze verzoening volbrengt.

Alleen de priester mag de altaarruimte  binnentreden door de hoofddeur tijdens de dienst. Zoals het ritueel voorschrijft, buigt de priester bij het binnengaan met zijn gezicht vanaf de rechterkant richting het altaar, en betreedt het altaar met zijn rechtervoet alsof hij het Koninkrijk Gods betreed: “Hij zal de schapen zetten aan zijn rechterhand en de bokken aan zijn linkerhand. Dan zal de  Koning tot hen, die aan Zijn rechterhand zijn, zeggen: “Komt gij gezegenden mijns Vaders, beerft het Koninkrijk, dat u bereid  is van  de grondlegging der wereld af” (Mattheus 25: 33).

Bij het verlaten van de altaarruimte zorgt de priester dat hij naar het altaar kijkt, dus met zijn rug naar buiten en van de linkerkant.

De deuren worden met verzen uit de Bijbel versierd. In de Heilige Maagd Maria kerk te Amsterdam versieren wij de Koninklijke deur met de vers:” Dit is de poort des Hemels “.


Volgorde van de iconen op de iconostase:
Aan de rechterzijde van de hoofddeur hangt een ikoon van de Heer Jezus. Deze deur is de  deur die tot het Koninkrijk Gods leidt. De Heer Jezus heeft het Evangelieboek  in Zijn hand met het vers:” Ik ben de goede herder”daarnaast is het ikoon van Johannes de Doper die de weg voor de Heer bereidde, en daarnaast de beschermheilige van de kerk. Daarnaast de ikonen van enkele martelaren en heiligen, en ook gebeurtenissen uit zowel het Oude – als het Nieuwe Testament. Aan de andere kant hangt de Heilige Maagd Maria, de koningin die aan de rechterhand van de koning zit.


Het kerkschip

Het kerkschip bestaat uit twee delen, het diakenenkoor en het gelovigenkoor.

Het diakenenkoor is het voorste gedeelte van het kerkschip. Het wordt door de ikonostase van de altaarruimte gescheiden en van de kerkzaal door een klein hek. Het is een trede hoger dan de rest van het kerkschip. Op het diakenenkoor bevinden zich de banken voor de diakenen, twee kandelaars en twee lessenaars waarop het lectionarium wordt gezet.

De lessenaar betekent in het  Koptisch “de plaats van het evangelieboek”, dit is een verrijdbare houten kast met bovenaan een gebogen plaat waarop de boeken worden geplaatst. Hij wordt versierd met grafische tekeningen en soms is hij met ivoor ingelegd.

Het gelovigenkoor  bestaat uit een noordelijk gedeelte voor vrouwen en kinderen en een zuidelijk gedeelte voor mannen en jongens. Kinderen wonen de dienst bij samen met hun ouders. Vrouwen  zitten aan de rechterkant van de kerk i.v.m. het vers: ” De koningin zat aan de rechterhand van de koning”

De twaalf pilaren symboliseren de Twaalf Apostelen van het Nieuwe Testament: “En toen zij de genade die geschonken was, opmerkten, reikten Jacobus, Céfas en Johannes, die voor steunpilaren golden, mij en Barnabas de broederhand” (Galaten 9: 2).

Het doopvont ligt aan de west-noordelijke kant van de kerk bij de linker kant van de ingang, dit is een symbool voor het feit dat niemand zich bij de gelovigen mag aansluiten, tenzij hij/zij eerst gedoopt is en wordt wedergeboren om zich met het God te kunnen verenigen.


De kerktoren en de kerkklok
De kerk is het schip dat in de zee van deze wereld richting de hemel vaart. De kerktoren staat symbool voor de mast van het schip.

Wanneer rinkelt de klok?

  • Tijdens de offerande, om te verklaren dat  Jezus de koning van onze zielen is.
  • Op feestdagen rinkelt de klok met een blije toon.
  • Bij overlijden van één van de gelovigen rinkelt de klok met een verdrietige toon.
  • Op blijde dagen zoals zondag en de vijftig dagen na Pinksteren wordt er geen verdrietige toon gebruikt.


Invloed van de Koptische kunst wereldwijd

In de eerste eeuwen kwamen kerkleiders vanuit de hele wereld naar Egypte om theologie en de Bijbel aan de theologische school van Alexandrië te bestuderen. Ook het monastieke leven in de woestijn werd uitgeoefend. Tegelijkertijd gingen Egyptische monniken en predikers uit over de wereld. Op deze manier verspreidde de Koptische kunst zich over de hele wereld naar Ethiopië, Soedan, Libië, Nubië, en Ierland, waar zeven Egyptische monniken predikten en begraven werden bij ‘Desert Ulidh’.


De Koptische muziek

Muziek is het oudste communicatiemiddel dat in de erediensten wordt gebruikt. Het geeft een hemelse sfeer en helpt bij het aanbidden. De muziek in de Koptische kerk werd beïnvloed door de Oudegyptische beschaving. In de eerste eeuwen, toen de Egyptenaren zich tot het christendom  bekeerden, namen ze de oude Egyptische erfenis  van kunst en muziek binnen de kerk over.

Dr. Ragheb Moftaah, een schatrijke Kopt die zijn leven en zijn bezittingen wijdde aan het behoud en de analyse van de Koptische muziek,  zegt:” De Koptische muziek is de oudste kerkelijke muziek ter wereld, de Koptische kerk heeft een kostbare oude erfenis bewaard wat de kerkelijke muziek betreft”.

De muziekwetenschapper Ernst Newlandsmith, die tussen 1927 en 1936 op uitnodiging van Dr. Moftaah Egypte bezocht om Koptische muziek te bestuderen,  zei:” De Koptische muziek is prachtig, zij is één van de wereldwonderen. Als een koor, vol met de geest Gods, de Koptische melodie reciteert in een religieus epos, dan zou dat voldoende zijn om de christelijke wereld met spiritualiteit te  vullen”.

De Koptische muziek is oorspronkelijk fonetisch, zonder begeleiding van muziekinstrumenten. De cymbalen en de triangel  werden later in de middeleeuwen toegevoegd.


Muziek-instrumenten 
In de kerk worden twee soorten slaginstrumenten gebruikt ter begeleiding van de Psalmen en lofgezangen.

De eerste van de instrumenten zijn kleine handcimbalen (bekken), in het Arabisch “naqus” of “daff” genaamd. Deze cimbalen variëren in grote, maar zijn doorgaans niet meer dan twintig centimeter in doorsnee, met een gaatje in het midden zodat ze met een stukje koord vastgehouden kunnen worden.Er zijn verschillende bewegingen bij het gebruik van dit instrument welke afhangt van het lofgezang en de persoonlijke stijl van de persoon die het bespeelt, maar uiteindelijk is het effect hetzelfde.

Het tweede instrument dat wordt gebruikt om de cimbalen te begeleiden is een kleine metalen triangel dat door een metalen staafje aan de binnenkant wordt bespeeld waardoor je een getingel hoort.Tezamen geven deze instrumenten een aangenaam geluid en dienen om de melodie van het lofgezang aan te houden.

Deze instrumenten worden gewoonlijk gebruikt bij lange liederen gedurende de liturgie, Vespers en ochtendwierookdiensten, Middernachtgebedsdienst (tasbeha) en andere rituele aangelegenheden. Tijdens Vesper- en Ochtendwierookdiensten bestaat een speciaal arrangement voor de cimbalen die de “verzen voor cimbalen” (Arbaa Al-Naqus) genoemd worden.


De Koptische taal

De Kopten die tegenwoordig Arabisch spreken, gebruiken nog steeds de Koptische taal in hun kerken. De Koptische taal is echter de laatste fase van de oude Egyptische taal. De beginfase waren de Hiërogliefen, het Hiëratisch en het Demotisch. Tijdens de Griekse bezetting was het Demotisch niet voldoende om de christelijke schriften uit te drukken. Daarom hadden de Egyptische geleerden  een nieuw systeem bedacht waarbij ze het Griekse alfabet hadden gemixt  met  zeven klinkers van het Demotisch (om de originele  fonetische klanken te behouden)

De Koptische taal kende verschillende dialecten, afhankelijk van de geografische lokatie o.a. het noordelijke dialect, het zuidelijke dialect, het Fayoumisch, het Akhmimisch, en het Bashmorisch. Het dialect dat vandaag de dag wordt gebruikt is het noordelijke dialect. Na de Arabische verovering bleef de Koptische taal in gebruik bij de overheidsinstellingen, maar aan het begin van de achtste eeuw (714 A.D.) gaf de Arabische machthebber een bevel om de Koptische taal te vervangen door het Arabisch. In de elfde eeuw verbood  de machthebber het gebruik van de Koptische taal, maar desondanks bleef de taal tot de zeventiende eeuw bestaan. Tegenwoordig wordt de Koptische taal gebruikt in de liturgie, de diensten van de kerk, de theologische instituten en in de zondagsschool.